

Rood staan betekent dat je tijdelijk meer geld uitgeeft dan er op je betaalrekening staat. Je komt dan in de min en leent eigenlijk geld van de bank. De bank geeft je daarvoor een roodstandlimiet, wat het maximale bedrag is dat je mag lenen. Over het bedrag dat je in de min staat, betaal je rente. Zodra er weer geld op je rekening binnenkomt, bijvoorbeeld door je salaris, wordt de roodstand automatisch aangevuld. Omdat je rente betaalt zolang je rood staat, is het verstandig om het saldo zo snel mogelijk weer positief te maken.
Om rood te mogen staan, stelt de bank een aantal voorwaarden. Zo moet je een betaalrekening bij diezelfde bank hebben, zodat ze kunnen zien hoe jij met je geld omgaat. Daarnaast moet de rekeninghouder regelmatig een positief saldo hebben – meestal minimaal één dag in de negentig dagen. Dit voorkomt dat iemand structureel in de min blijft staan. De bank doet dit om te controleren of je verantwoord met geld leent en om te voorkomen dat klanten te veel schulden opbouwen. Zo beschermt de bank zichzelf én haar klanten tegen financiële problemen.
Rood staan is een van de duurdere vormen van lenen. De rente die je betaalt ligt vaak tussen de 10% en 14% per jaar, wat hoger is dan bij andere leningen, zoals een persoonlijke lening of een doorlopend krediet. Dit komt doordat rood staan meer risico oplevert voor de bank: er is geen vaste looptijd of aflossingsschema, en de bank weet niet wanneer het negatieve saldo wordt aangevuld. Bovendien is rood staan heel gemakkelijk — je hoeft er bijna niets voor te regelen — en dat gemak betaal je mee in de vorm van een hogere rente. Daarom is rood staan handig als tijdelijke oplossing, maar niet geschikt om langdurig geld te lenen.